Een dressoir of tresoor
Gemaakt van kwartiers gezaagd eikenhout met smeedijzeren hang- en sluitwerk
Hertogdom Brabant
Overgang van gotiek naar renaissance; ca.1540-1550
Maten: hoogte 143cm x breedte 100cm x diepte 54cm.
Tijdens de Middeleeuwen gebruikte men vrijwel uitsluitend kisten als bergmeubelen. In de vijftiende eeuw verschijnt er in Frankrijk een kast die ontwikkeld is uit deze kisten.
Door de poten van een kist te verlengen en er een deurtje in te maken, in plaats van een deksel, ontstond deze kast, dressoir genoemd.
De letterlijke betekenis van het woord dressoir is”schat”. De naam zegt het al, het was dus een kastje om kostbaarheden in op te bergen die voordien in kisten bewaard werden. Doordat in deze dressoirs een vloertje onder aan de poten werd gemaakt, had men de mogelijkheid om de kostbaarheden, tijdens speciale gebeurtenissen, op dit vloertje en op de kast uit te stallen. Schilders uit die tijd laten dit ook veelvuldig in hun interieurs zien.
Aan het begin van de zestiende eeuw wordt dit meubel ook in de Zuidelijke Nederlanden geïntroduceerd en krijgt het de naam tresoor (een verbastering van dressoir). In de Nederlanden zit men dan nog stevig in de gotische meubeltraditie. De panelen van deze eikenhouten tresoors worden versierd met briefpanelen, spitsbogen, drie- of vierpassen en de profileringen met peerkraalmotieven. Een mooi voorbeeld hiervan is het laatgotische tresoor in het Rijksmuseum dat rond 1525 voor het Schuttersgilde van Alkmaar werd gemaakt.
Eerst in de schilder- en bouwkunst en al spoedig daarna in de meubelkunst dringt de nieuwe, uit Italië afkomstige kunststijl: de renaissance, voorzichtig door in de Nederlanden.
Het tresoor uit onze collectie is een prachtig voorbeeld van een meubel uit deze overgangsperiode.
Het ontwerp en de constructie zijn nog zuiver gotisch, maar de bijbehorende gotische versieringen zijn totaal verdwenen en in plaats daarvan zijn renaissance profileringen in de kaplijst en rondom de panelen de enige versiering. De meubelmaker van dit tresoor gebruikte ook nog gotisch beslag, hetgeen een fraai effect geeft op het verder onbewerkte deurtje.
Dit meubel moet al die jaren op een hele goede plaats gestaan hebben en met zorg zijn behandeld, want het is nog in originele staat en er is helemaal niets aan gerestaureerd.
Litt: Noord-Nederlandse Meubelen van Renaissance tot vroege Barok, 1550-1670,
Loek van Aalst en Annigje Hofstede, Houten 2011, pag. 54.
